
Een spatial designer is letterlijk vertaald een ‘ruimtelijk ontwerper’. Dat is een vrij breed begrip. Maar als je het mij vraagt, is het iemand die ruimtelijke ervaringen ontwerpt.
Er zijn een aantal verschillen. De schaal waarin je ontwerpt is vaak groter. Daarnaast gaat een interieurontwerper meestal uit van de layout van een bestaande ruimte of situatie, terwijl je als spatial designer die ruimte of context soms nog moet creëren.
Ook is de benadering vaak conceptueler: ik ontwerp een ervaring. De omgevingen zijn meestal ook geen woningen, maar bijvoorbeeld winkels, tijdelijke installaties in warenhuizen die een merkverhaal vertellen, of exposities in musea.
Spatial design begint voor mij bij de wisselwerking tussen de opdrachtgever en mij. Maar uiteindelijk ontstaat alles bij de klant. Zij bepalen vaak het uitgangspunt: de visie van het merk, de locatie. Dat zijn gegeven factoren.
De manier waarop zij mij briefen is cruciaal voor wat uiteindelijk mijn interesse wekt en mij inspireert. Uiteindelijk is het de combinatie van al die dingen die voor het eindresultaat zorgt.
Als de gebruiker ervaart wat ik voor ogen had. Dat die intentie wordt herkend door zowel de klant als de eindgebruiker.
Soms denken mensen dat ik een ‘stylist’ ben. Dat ik alleen mooie (bestaande) dingen bij elkaar zoek en samenbreng. Dat is vaak óf geen onderdeel van mijn werk, óf een heel klein onderdeel aan het einde van een project. Over het algemeen ontwerp ik alles wat een ruimte of installatie nodig heeft zelf.
Aan de andere kant denken mensen soms dat ik een architect ben. Dat is een beschermde titel. Ik draag bijvoorbeeld, in tegenstelling tot een architect, geen verantwoordelijkheid voor bouwregelgeving of constructieve veiligheid. Daarnaast is de schaal bij architectuur vaak ook groter: het gaat daar meestal om volledige gebouwen.
Ja, zeker. Storytelling aan de hand van ruimte. En ruimte gaat niet alleen om vier muren, een dak en een vloer. Dingen zoals temperatuur, geur, geluid of muziek spelen ook een rol en worden allemaal overwogen.
Ik begin altijd met onderzoek. Natuurlijk stel ik vragen als: wie is de klant, wat is de vraag, wat is het doel? Maar ik onderzoek ook de locatie. Is het pand waar we mee werken bijvoorbeeld monumentaal? In steden als Amsterdam is dat vaak het geval.
Dan kijk ik: wat is er precies monumentaal? Soms is dat alleen de gevel, maar het kan ook het hele interieur zijn. Denk aan trappen, deuren of ramen.
Uit dat onderzoek komen allerlei antwoorden. Op basis daarvan ontwikkel ik een concept. Daarna volgt het schetsontwerp, waarin ik eerste ruwe schetsen maak van bijvoorbeeld de layout of andere ideeën die voortkomen uit het onderzoek.
Daarna volgt een voorlopig ontwerp en uiteindelijk een definitief ontwerp. Na elke fase is er een feedbackronde met de klant. Als het ontwerp volledig is uitgewerkt, ga je de bouwfase in en komen er allerlei partijen bij kijken die de ideeën werkelijkheid maken. Die partijen zijn een heel belangrijk onderdeel van het proces.
De hoeveelheid tijd die daarin gaat zitten. Een idee hebben is één ding, maar het ook echt maakbaar maken is iets anders. Dat kost tijd.
Het liefst test of sample je dit soort ontwerpen eerst, maar het is vaak voorgekomen dat er geen budget of tijd voor is.
Je probeert eigenlijk in het hoofd van een merk te kruipen. Hoe denken zij? Hoe vertalen zij hun ideeën naar de producten die ze maken? Vanuit dat denken probeer je een ruimte te ontwerpen die logisch voelt voor dat merk.
Ik denk dat het belangrijk is dat je begrijpt wat een ruimte nodig heeft, en dat je dat als uitgangspunt gebruikt. In plaats dat je begint met een materiaal of kleur die je mooi vindt.
Als je concept sterk is, volgen antwoorden op vragen als vorm en materiaal vaak vanzelf. Je voelt en ziet die intentie dan ook terug in de ruimte.
Na corona is de behoefte aan fysieke ervaringen alleen maar groter geworden. Naar mijn mening zal dat ook altijd zo blijven.
Wel wordt er steeds meer digitale technologie toegepast in ruimtes. Toevallig werk ik nu aan een project waarin veel medische technologie wordt toegepast. Daarin probeer je juist weer de balans te vinden tussen die digitale wereld en het menselijke.
Juist belangrijker. Als mensen zullen we daar altijd behoefte aan blijven hebben. Voor de één misschien meer dan voor de ander, maar het blijft onmisbaar. We weten inmiddels ook hoe het voelt wanneer dit niet mogelijk is.
Uiteraard gevoel voor ruimte en het begrijpen van proporties. Het is een combinatie van gevoel en kennis. Technische kennis is belangrijk, maar ook oplossingsgericht kunnen denken. Als spatial designer ben je vaak problemen aan het oplossen, niet voor jezelf, maar voor anderen.
Nieuwsgierigheid is ook belangrijk: hoe werken dingen, hoe zitten ze in elkaar? Je moet verder kijken dan alleen het oppervlak en begrijpen hoe iets gebouwd wordt. Veiligheid speelt ook een rol.
Daarnaast moet je verder kunnen denken dan wat er al bestaat. Gevoel voor kleur en materiaal is belangrijk, maar ook communicatie. Mensen investeren veel geld en willen weten waarom je bepaalde keuzes maakt.
Hoe gelaagd het is. Met hoeveel factoren je rekening moet houden: budget, tijd, mensen, wetgeving, veiligheid, noem maar op.
Het vermogen om dicht bij je initiële ideeën te blijven, maar ze tegelijkertijd zo te ontwerpen dat ze uitvoerbaar zijn. Niet alleen technisch, maar ook binnen het budget.
Dat verschilt denk ik per persoon. Ik heb beide kanten meegemaakt. Sommige projecten laten meer ruimte voor creativiteit, andere vragen juist meer om praktische oplossingen.
Heel cliché, maar ik heb dit eigenlijk altijd al willen doen. Ik weet niet precies waar die vonk is overgeslagen. Als jong meisje tekende ik heel veel, naast paarden tekende ik complete huizen. Was het papier te klein, dan plakte ik gewoon nieuwe vellen eraan.
Ik keek ook vaak programma’s zoals Eigen Huis & Tuin en TV Woonmagazine. Daarna ontkwam geen enkele ruimte in het huis van mijn ouders aan een regelmatige make-over.
Toen ik na de middelbare school een beroepsgerichte opleiding moest kiezen lag het voor mij erg voor de hand. Nooit spijt gehad of getwijfeld.
OwnSpaceStudio is een studio die zich richt op het creëren van doordachte ruimtes en belevingen waarin de identiteit van een merk voelbaar wordt in ruimte, materialiteit en sfeer. En wanneer we het over een merk hebben, kan dat in de breedste zin worden opgevat. Ik heb bijvoorbeeld ook voor artiesten gewerkt, die uiteindelijk zelf ook een merk en identiteit zijn.
Het eindproduct dat ik ontwerp is altijd iets ruimtelijks, maar de schaal kan per project verschillen. En ik vind ook dat je, zelfs wanneer je twijfelt of je bij mij aan het juiste adres bent, gewoon mag aankloppen. Het is zelden zo zwart-wit.
Wanneer ideeën en ontwerpen uitpakken zoals bedoeld. En als de klant dat ook zo ervaart, dan is het helemaal geslaagd.
De punten die ik eerder noemde over wat er vaak onderschat wordt aan dit vak. Het is echt veel werk. Er moet over zoveel meer worden nagedacht dan alleen of iets er mooi uitziet.
Neem het vinden van een goede stageplek serieus. Tijdens mijn studie vond ik het heel belangrijk om de juiste stages te vinden. Dat is de periode waarin je, zonder al te veel ervaring, bij veel bedrijven kunt aankloppen om te leren van mensen uit het vak. Of in ieder geval van mensen of bedrijven die de skills hebben die jij graag wilt ontwikkelen.
Ik zou eerlijk gezegd nu nog best eens een tijdje stage willen lopen om iets nieuws te leren, zonder dat ik die skills al per se hoef te hebben. Als je eenmaal afgestuurd bent kan het erg lastig zijn ergens binnen te komen met alle concurrentie die er is.
Van elk project is er wel iets waar ik trots op ben. Naast het eindresultaat zijn er vaak ook momenten in het proces die dat gevoel geven. Zo heb ik mijn eerste winkel voor Daily Paper in het buitenland moeten ontwerpen tijdens de coronapandemie. Alles behalve ideaal. In die periode was niets makkelijk. Alles, van inspiratie tot bouwoverleg en bezichtigingen, ging online.
Het is best vreemd om een winkel te ontwerpen als je er zelf nog nooit bent geweest. Pas vlak voor de oplevering ben ik samen met de projectmanager die kant op gegaan, voor 48 uur, om te kijken of alles naar wens was. Best bizar eigenlijk. Maar ik ben er wel trots op dat het ondanks de omstandigheden gelukt is.
Ik ben ook trots op het eindresultaat van de eerste Sophia Mae-winkel. En op het stage design voor CHO afgelopen september in de Ziggo Dome. Een plek als de Ziggo Dome voelt toch bijzonder. Daar treden normaal gesproken de grootste artiesten ter wereld op, en meestal kom je er alleen als bezoeker.
Afgelopen week heb ik een nieuw project afgerond voor Blue Health. Zij doen bodyscans. Weer een totaal andere doelgroep en type ruimte, wat het juist extra interessant en uitdagend maakt. Ik ben heel blij met hoe het is geworden. De details, de materialisering en de combinatie van ontwerp met software en technologie maken het een erg interessant project.


